Statuten

STATUTEN HENGELSPORTVERENIGING de Fint Beuningen

Naam, zetel en duur

Artikel 1

1. De vereniging draagt de naam: HSV de Fint Beuningen

Zij wordt in de statuten genoemd: "de vereniging".

De vereniging heeft haar zetel te Beuningen

2. De vereniging is opgericht op 24-06-1968

Zij is (met ingang van 24-06-1968)

aangegaan voor onbepaalde tijd.

Doel en werkwijze

Artikel 2

1. Het doel van de vereniging is:

a. het bevorderen van de hengelsport als sportieve recreatie;

b. het beschermen en verbeteren van de visstand;

c. het behartigen van de belangen op hengelsportgebied van de sportvissers in het algemeen en

van de leden en de jeugdleden van de vereniging in het bijzonder.

2. De vereniging tracht haar doelstellingen te bereiken, hetzij zelfstandig, hetzij in samenwerking met

andere hengelsportverenigingen, hetzij door aansluiting bij- en in samenwerking met overkoepelende

organisaties door:

a. het kopen, huren of op andere wijze, met of zonder lasten, ter beschikking krijgen van vis- en

looprecht, viswater, terreinen, opstallen en van overige zaken, die de beoefening van de

hengelsport kunnen bevorderen;

b. te streven naar wettelijke regelingen en andere overheidsmaatregelen, waardoor de belangen

van de hengelsport worden gewaarborgd en mogelijk bevorderd;

c. het in stand houden en verbeteren van een milieu dat aan de beoefening van de hengelsport

zoveel mogelijk kansen biedt;

d. het zo nodig uitzetten van vissoorten die voor de hengelsport en/of het milieu van belang zijn of

kunnen zijn en overigens het zoveel mogelijk op peil houden van de visstand in het ter

beschikking van de (jeugd)leden staande viswater;

e. alle overige wettige middelen welke de doelstellingen van de vereniging kunnen bevorderen.

Categorieën van betrokken personen

Artikel 3

De vereniging kent:

a. ereleden;

b. leden;

2

c. jeugdleden;

d. begunstigers.

Ereleden

Artikel 4

Ereleden zijn natuurlijke personen die vanwege hun verdiensten voor de vereniging en/of hengelsport in het

algemeen op voorstel van het bestuur door de ledenvergadering tot erelid zijn benoemd.

Ereleden hebben alle rechten, voortvloeiend uit het lidmaatschap van de vereniging behoudens het stemrecht,

tenzij zij tevens lid van de vereniging zijn, in welk geval zij eveneens het stemrecht hebben.

Ereleden zijn vrijgesteld van financiële verplichtingen jegens de vereniging.

Leden en lidmaatschap

Artikel 5

1. Leden zijn die natuurlijke personen, die door het bestuur als lid zijn toegelaten.

2. Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die de leeftijd van veertien jaar hebben

bereikt op 1 januari van het jaar waarin zij lid worden.

3. De aanmelding voor het lidmaatschap moet schriftelijk gebeuren bij het bestuur door middel van een

aanmeldingsformulier. Als de vereniging hiervoor kiest kan aanmelding ook via een elektronisch

formulier plaatsvinden.

4. Het bestuur beslist uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het aanmeldingsformulier over de

toelating tot het lidmaatschap. Nadere regels over de aanmelding en toelating kunnen worden gesteld

bij besluit van het bestuur en/of bij reglement.

Bij toelating tot het lidmaatschap ontvangt het lid een lidmaatschapsbewijs.

Bij niet-toelating geeft het bestuur de aanvrager van het lidmaatschap schriftelijk bericht daarvan waarin

de redenen die tot weigering van de toelating hebben geleid worden vermeld en de mogelijkheid om

tegen die beslissing schriftelijk beroep in te stellen bij de commissie van beroep zoals vermeld in artikel

16.

5. Bij niet-toelating tot het lidmaatschap kan de aanvrager binnen één maand na ontvangst van de in het

vorige lid genoemde schriftelijke kennisgeving beroep instellen bij de commissie van beroep zoals

vermeld in artikel 16.

De commissie van beroep beslist in hoogste instantie omtrent het ingestelde beroep binnen zes weken

na ontvangst door het bestuur van het beroepsschrift. De commissie van beroep kan alsnog tot

toelating besluiten, in welk geval de betrokkene alsnog een lidmaatschapsbewijs ontvangt.

De aanvrager wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van het besluit van de commissie van beroep in

kennis gesteld.

6. Een jeugdlid wordt lid met ingang van 1 januari van het jaar, volgend op het jaar waarin dit jeugdlid de

leeftijd van veertien jaar bereikt, tenzij het jeugdlidmaatschap vóór 1 oktober van het voorafgaande jaar

schriftelijk is opgezegd.

7. Het bestuur houdt een register bij waarin onder andere de namen, adressen en geboortedata alsmede

(indien mogelijk) een telefoonnummer en persoonlijk e-mailadres van de leden zijn opgenomen, een en

3

ander op een door het bestuur aan te geven wijze. In het register worden alleen die gegevens

bijgehouden die voor het realiseren van het doel van de vereniging noodzakelijk zijn.

8. Het bestuur kan na een voorafgaand besluit van de algemene vergadering en met inachtneming van de

geldende wetgeving op het gebied van privacy, geregistreerde gegevens aan derden verstrekken,

behalve van het lid dat tegen deze verstrekking bij het bestuur schriftelijk bezwaar heeft gemaakt. De

verplichting om de algemene vergadering hierover te laten besluiten en het recht op bezwaar geldt niet

voor de noodzakelijk door de vereniging aan derden te verstrekken gegevens, waaronder de

verstrekking van gegevens aan de overkoepelende organisaties en gegevens die aan overheden of

(publiekrechtelijke) instellingen dienen te worden verstrekt in verband met een wettelijke verplichting.

Jeugdleden en jeugdlidmaatschap

Artikel 6

1. Jeugdleden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die nog niet de leeftijd van veertien jaar

hebben bereikt op 1 januari van het jaar waarin zij lid worden.

2. De aanmelding voor het jeugdlidmaatschap moet schriftelijk gebeuren bij het bestuur door middel van

een aanmeldingsformulier. Als de vereniging hiervoor kiest kan aanmelding ook via een elektronisch

formulier plaatsvinden. Het formulier dient mede door de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de

aanvrager te worden ondertekend.

De indiening van het aanmeldingsformulier voor het jeugdlidmaatschap houdt in een aanmelding voor

het lidmaatschap van de vereniging met ingang van de datum waarop de aanvrager dat lidmaatschap

kan verkrijgen, onder toepassing van het bepaalde in artikel 5 lid 6.

3. Het bestuur beslist over de toelating tot het jeugdlidmaatschap binnen één maand na ontvangst van het

aanmeldingsformulier.

Bij toelating tot het jeugdlidmaatschap wordt aan de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het jeugdlid een

ten name van het jeugdlid gesteld jeugdlidmaatschapsbewijs toegezonden.

Bij niet-toelating geeft het bestuur de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de aanvrager schriftelijk

bericht daarvan. Tegen deze beslissing van het bestuur staat geen beroep open.

Aanvang en einde van het lidmaatschap

Artikel 7

1. Het lidmaatschap van de vereniging begint op de datum waarop het bestuur dan wel de commissie van

beroep, tot de toelating van de aanvrager heeft besloten. In het geval, vermeld in artikel 5 lid 6 begint

het lidmaatschap van het betrokken jeugdlid op 1 januari van het jaar, volgend op het jaar waarin het

jeugdlid de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt.

2. Het lidmaatschap eindigt:

a. door overlijden van het lid;

b. door tijdige schriftelijke opzegging door het lid;

c. door tijdige schriftelijke opzegging namens de vereniging.

Deze opzegging kan gebeuren wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet, niet tijdig

of niet volledig nakomt en ook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden

4

het lidmaatschap van het betrokken lid voort te zetten;

d. door ontzetting uit het lidmaatschap met onmiddellijke ingang.

Deze ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, het

huishoudelijk reglement of besluiten der vereniging handelt, waaronder begrepen het begaan

van de overtredingen welke zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement, of de vereniging op

onredelijke wijze benadeelt.

3. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

4. Opzegging door het lid of namens de vereniging kan slechts gebeuren tegen 31 december van enig

jaar.

Bij opzegging door het lid kan opzegging slechts plaatsvinden met inachtneming van een opzegtermijn

van tenminste drie maanden en door middel van een gedagtekende en persoonlijk ondertekende brief.

Bij een minderjarig lid moet de brief ook door diens wettelijke vertegenwoordiger(s) zijn ondertekend.

Bij opzegging namens de vereniging kan de opzegging plaatsvinden met inachtneming van een

opzegtermijn van tenminste één maand.

Het lidmaatschap kan echter met onmiddellijke ingang worden opgezegd indien van een lid of van de

vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

5. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op 31

december van het jaar volgende op het jaar waarin is opgezegd.

6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.

7. De betrokkene wordt zo snel mogelijk schriftelijk van het besluit tot ontzetting in kennis gesteld, met

opgave van redenen en onder vermelding van de mogelijkheid van beroep daartegen. Tegen een

besluit tot opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging en van een besluit tot ontzetting uit

het lidmaatschap kan de betrokkene binnen één maand na de ontvangst van de kennisgeving van het

besluit, schriftelijk in beroep gaan bij de commissie van beroep. Gedurende de beroepstermijn en

gedurende de beroepsprocedure is het betrokken lid geschorst.

8. De commissie van beroep beslist in hoogste instantie omtrent het ingestelde beroep binnen zes weken

na ontvangst door het bestuur van het beroepsschrift. Het betrokken lid wordt zo spoedig mogelijk van

het besluit van de commissie schriftelijk in kennis gesteld.

Wanneer de commissie van beroep het ingestelde beroep gegrond acht, eindigt de schorsing van het

betrokken lid op de dag van de dienovereenkomstige uitspraak van de commissie; wanneer de

commissie van beroep het ingestelde beroep ongegrond acht, eindigt het lidmaatschap van het

betrokken lid op de dag van de dienovereenkomstige uitspraak van de commissie.

9. Voordat het bestuur een besluit neemt tot opzegging van, of ontzetting uit het lidmaatschap kan het

bestuur het betrokken lid schriftelijk een waarschuwing (laten) geven, met vermelding van de reden(en)

welke kan (kunnen) leiden tot een zodanig besluit van het bestuur. Het bestuur kan aan die

waarschuwing een periode verbinden waarbinnen het betrokken lid alsnog volledig aan zijn

verplichtingen ten opzichte van de vereniging moet hebben voldaan.

10. Het bestuur kan ook alvorens een besluit te nemen tot opzegging van, of ontzetting uit het lidmaatschap,

het betrokken lid schorsen voor een periode van maximaal drie maanden.

De schorsing eindigt van rechtswege wanneer het bestuur niet vóór het einde van de schorsingsperiode

5

een besluit heeft genomen hetzij tot opzegging van het lidmaatschap van het betrokken lid of tot

ontzetting van dat lid uit zijn lidmaatschap, hetzij tot beëindiging van de schorsing.

Het betrokken lid ontvangt over zijn schorsing schriftelijke bericht waarin wordt vermeld: de periode

gedurende welke hij is geschorst, de redenen die tot zijn schorsing hebben geleid en de mededeling dat

het bestuur zal overgaan tot opzegging van zijn lidmaatschap of ontzetting uit zijn lidmaatschap

wanneer het betrokken lid niet alsnog voor het einde van de schorsingsperiode volledig aan zijn

verplichtingen tegenover de vereniging heeft voldaan of dat lid gedurende de schorsingsperiode dan

wel daarna de overtreding(en) of handeling(en) in strijd met de statuten, het huishoudelijk reglement of

de besluiten van de vereniging herhaalt.

11. Tijdens de schorsing als vermeld in lid 7 en lid 10 van dit artikel kunnen door het (jeugd)lid geen

lidmaatschapsrechten worden uitgeoefend.

Een geschorst (jeugd)lid is verplicht de door of namens de vereniging aan hem uitgegeven

toestemming(en) en overige bescheiden voor de duur van de schorsing in te leveren.

Aanvang en einde van het jeugdlidmaatschap

Artikel 8

1. Het jeugdlidmaatschap van de vereniging vangt aan op de datum waarop het bestuur tot toelating van

de aanvrager tot het jeugdlidmaatschap heeft besloten.

2. Het jeugdlidmaatschap eindigt op dezelfde manier zoals is bepaald in het voorgaande artikel, met dien

verstande dat tegen een besluit van het bestuur tot opzegging van het jeugdlidmaatschap geen beroep

op de commissie van beroep mogelijk is.

3. Het jeugdlidmaatschap eindigt ook in het geval als bedoeld in artikel 5 lid 6.

4. De bepalingen omtrent een waarschuwing en een schorsing zoals vermeld in de leden 9, 10 en 11 van

het voorgaande artikel zijn van overeenkomstige toepassing op een jeugdlid, met dien verstande dat

alle schriftelijke mededelingen terzake worden gericht aan de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het

betrokken jeugdlid.

Rechten en verplichtingen van de leden en de jeugdleden

Artikel 9

1. Het lidmaatschap van de vereniging geeft de leden het recht:

a. deel te nemen aan de ledenvergaderingen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te

oefenen;

b. gebruik te maken van alle door de vereniging geboden faciliteiten op het gebied van de

hengelsport, neergelegd in de statuten, het huishoudelijk reglement en/of besluiten van de

vereniging;

c. deel te nemen aan door de vereniging, al dan niet in samenwerking met een andere

hengelsportvereniging of een overkoepelende organisatie, georganiseerde wedstrijden en

andere activiteiten;

d. een lidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke toestemming(en) om te vissen, te ontvangen. Deze

6

bescheiden blijven eigendom van de vereniging.

2. Het jeugdlidmaatschap van de vereniging geeft de jeugdleden het recht:

a. deel te nemen aan de ledenvergaderingen en daarin het woord te voeren;

b. gebruik te maken van alle door de vereniging geboden faciliteiten op het gebied van de

hengelsport, neergelegd in de statuten, het huishoudelijk reglement en/of besluiten van de

vereniging tenzij daarbij uitdrukkelijk is vastgelegd dat bepaalde faciliteiten niet openstaan voor

jeugdleden;

c. deel te nemen aan door de vereniging, al dan niet in samenwerking met een andere

hengelsportvereniging of een overkoepelende organisatie, georganiseerde wedstrijden en

andere activiteiten, tenzij door het bestuur is besloten dat deelname aan de bepaalde wedstrijd

of activiteit niet voor jeugdleden openstaat;

d. een jeugdlidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke toestemming(en) om te vissen, te ontvangen.

Deze bescheiden blijven eigendom van de vereniging.

3. De leden en jeugdleden zijn verplicht:

a. de statuten, het huishoudelijk reglement en de besluiten van de vereniging na te leven, alsmede

de belangen van de vereniging niet te schaden;

b. voor zover niet anders is bepaald, uiterlijk binnen één maand na de aanvang van het

lidmaatschap respectievelijk het jeugdlidmaatschap het inschrijfgeld te voldoen;

c. de jaarlijkse contributie voor leden respectievelijk jeugdleden te voldoen op de daarvoor bij het

aangaan van het lidmaatschap omschreven of bij reglement vastgestelde wijze en tijdstippen;

d. zich te onthouden van de in het huishoudelijk reglement opgenomen overtredingen en de

voorwaarden van de schriftelijke toestemming (vergunning) na te leven;

e. te voldoen aan de verzoeken van de controleurs zoals vermeld in artikel 17 en aan hen op eerste

verzoek het (jeugd)lidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke toestemming(en) om te vissen af te

geven;

f. het (jeugd)lidmaatschapsbewijs en/of de schriftelijke toestemming(en) om te vissen dan wel

andere bescheiden of spullen van de vereniging op eerste verzoek van het bestuur aan het

bestuur af te geven;

g. tot nakoming van de verplichtingen die door de vereniging in naam van de leden en de

jeugdleden zijn aangegaan.

h. Door de Sportvisunie opgelegde maatregelen te respecteren en accepteren, behoudens

statutaire beroepsmogelijkheden.

4. Een lid of jeugdlid kan de toepasselijkheid te zijnen opzichte van een besluit van het bestuur of van de

ledenvergadering waarbij de verplichtingen van de (jeugd)leden, -verplichtingen van geldelijke aard

en/of van andere aard-, zijn verzwaard door opzegging van zijn (jeugd)lidmaatschap niet uitsluiten.

5. Alle stukken bestemd voor de vereniging, haar bestuur en overige organen en de namens haar

optredende personen kunnen worden verzonden naar het daartoe door het bestuur bekend gemaakte

adres van het secretariaat.

6. Strafbaar is elk handelen of nalaten in strijd met de statuten, reglementen, codes en/of besluiten van

organen van de vereniging alsmede het handelen in strijd met de voorwaarden van de door de

7

vereniging uitgegeven schriftelijke toestemmingen of hetgeen waardoor de belangen van de vereniging

worden geschaad.

Voor zover deze bevoegdheid niet aan een commissie belast met de tuchtrechtspraak is opgedragen, is

het bestuur bevoegd om, in geval van strafbare handelingen of gedragingen zoals bedoeld in dit lid, de

volgende straffen op te leggen:

a. berisping;

b. tuchtrechtelijke boete;

c. intrekken schriftelijke toestemming om te vissen;

d. schorsing;

e. ontzetting (royement).

Alle straffen dienen onverwijld en met een redenen omkleed schrijven aan het lid kenbaar gemaakt te

worden. Tegen een strafmaatregel kan het lid binnen een maand beroep aantekenen bij de commissie

van beroep conform artikel 7.

Tuchtrechtelijke boetes kunnen slechts worden opgelegd tot de bij reglement vastgestelde maxima.

7. Indien aan een lid van de vereniging een maatregel wordt opgelegd door De Sportvisunie die gericht is

tegen het lidmaatschap van het lid bij De Sportvisunie (schorsing, opzeggen lidmaatschap of ontzetting

uit het lidmaatschap) werkt deze sanctie automatisch op eenzelfde manier door naar het lidmaatschap

van het lid bij de vereniging.

Begunstigers

Artikel 10

1. Begunstigers zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die zich tegenover de vereniging hebben

verbonden tot een periodieke bijdrage in geld, goederen of diensten zonder daarvoor een

tegenprestatie te vragen. De minimum bijdrage in geld wordt van tijd tot tijd vastgesteld door het

bestuur. Begunstigers hebben geen andere rechten dan de rechten die aan hen bij de statuten zijn

toegekend.

2. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging

worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het

geheel blijft verschuldigd.

3. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

Bestuur; benoeming van bestuursleden

Artikel 11

1. De vereniging wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit minimaal drie en maximaal 5

bestuursleden. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door het zittende bestuur, met inachtneming

van de hiervoor genoemde grenzen.

2. Bestuursleden worden benoemd door de ledenvergadering uit de meerderjarige leden.

3. De benoeming van bestuursleden gebeurt uit een niet-bindende voordracht welke voor elke vacature

wordt opgemaakt door het bestuur. Een zodanige voordracht kan ook worden opgemaakt door een

groep van 5 of meer leden. Een voordracht hoeft voor elke vacature slechts één naam te bevatten.

8

4. De voordracht(en) vanuit het bestuur wordt (worden) bij de oproeping voor de vergadering waarin de

benoeming van bestuursleden aan de orde komt, medegedeeld. De voordracht(en) vanuit de groep van

leden moet (moeten) uiterlijk vijf weken vóór de dag der vergadering schriftelijk bij het bestuur zijn

ingediend, vergezeld van een bereidverklaring van de voorgedragen kandidaat om bij zijn benoeming

tot bestuurslid die functie te aanvaarden. De voordracht(en) vanuit de leden wordt (worden) in de

agenda voor de desbetreffende vergadering vermeld.

5. De benoeming van een bestuurslid vindt plaats uit de opgemaakte voordracht(en). De ledenvergadering

kan echter met tenminste tweederde van de uitgebrachte stemmen een bestuurslid benoemen uit de

meerderjarige leden buiten de opgemaakte voordracht(en) om.

6. Indien de voordracht voor een bestuursfunctie één kandidaat voor een te vervullen plaats bevat, dan

heeft een besluit over de voordracht tot gevolg dat de kandidaat is benoemd, tenzij het bindende

karakter aan de voordracht wordt ontnomen.

7. Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met:

- het lidmaatschap van de kascommissie;

- het lidmaatschap van de commissie van beroep;

Einde bestuurslidmaatschap; schorsing; bestuur een wettig college

Artikel 12

1. Een bestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, op elk moment door de

ledenvergadering op een met redenen omkleed voorstel van alle overige bestuursleden of van

tenminste 10 leden worden ontslagen of geschorst.

Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag of tot opheffing

van de schorsing eindigt door het verloop van die termijn.

Tijdens de schorsing kan de betrokkene zijn bestuursfunctie niet uitoefenen.

2. Ieder jaar aan het einde van de jaarvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 2 treden tenminste 1

bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden waarin is bepaald dat

elk bestuurslid uiterlijk aftreedt aan het einde van de jaarvergadering gehouden in het 3

e

jaar, volgend

op het jaar waarin hij werd benoemd.

Een volgens rooster aftredend bestuurslid is direct herbenoembaar.

Het bestuurslid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd neemt op het rooster van aftreden de

plaats van zijn voorganger in.

3. Bij aftreden volgens rooster blijft een bestuurslid in functie totdat hij is herbenoemd dan wel zijn opvolger

is benoemd.

4. Het bestuurslidmaatschap eindigt verder:

a. door bedanken door het bestuurslid;

b. door overlijden van het bestuurslid;

c. door ontslag van het bestuurslid door de ledenvergadering;

d. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging.

In de gevallen genoemd onder a. en d. treedt het bestuurslid af aan het einde van de eerste

bestuursvergadering, volgend op de omstandigheid die tot zijn aftreden heeft geleid.

9

5. Als het aantal bestuursleden op enig moment daalt beneden het minimum aantal als bedoeld in artikel

11 lid 1, blijft het bestuur desondanks een wettig college vormen uiterlijk tot de afloop van de

eerstvolgende ledenvergadering, gehouden nadat genoemde situatie is ontstaan en door welke

vergadering in de bestaande vacature(s) is voorzien zodat het bestuur weer uit tenminste drie

bestuursleden bestaat.

Bestuursfuncties; bestuursvergaderingen; besluitvorming door het bestuur

Artikel 13

1. De ledenvergadering wijst uit de bestuursleden, op voorstel van het bestuur, een voorzitter, een

secretaris en een penningmeester aan.

Overigens verdelen de bestuursleden de werkzaamheden van het bestuur in onderling overleg met

inachtneming van de specifieke taken van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het

bestuur.

2. Het bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of een ander bestuurslid dat wenselijk acht, maar

tenminste één maal per kwartaal.

De oproeping voor een bestuursvergadering gebeurt schriftelijk of via elektronische weg op een termijn

van tenminste 2 dagen onder vermelding van de agenda en onder toevoeging van de bij de agenda

behorende bijlagen.

3. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid, door degene die

daartoe door de overige bestuursleden wordt aangewezen.

Bestuursleden kunnen tijdens de vergadering nog agendapunten inbrengen als de voorzitter van de

vergadering hiermee instemt.

4. Ieder bestuurslid brengt ter vergadering één stem uit.

Bestuursleden kunnen zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen.

5. Geldige besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin

tenminste 3 bestuursleden aanwezig zijn.

Alle stemmingen gebeuren mondeling.

Het onthouden van stemmen staat gelijk aan een niet-uitgebrachte stem.

Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

6. Een unanieme schriftelijke verklaring van de gezamenlijk fungerende bestuursleden heeft dezelfde

rechtskracht als een besluit, dat op geldige wijze werd genomen in een vergadering van het bestuur.

Een zodanige verklaring wordt bewaard bij de notulen.

7. Van hetgeen er in een bestuursvergadering is besproken worden notulen gemaakt door de secretaris en

bij diens afwezigheid door degene, die daartoe door de voorzitter van de vergadering wordt

aangewezen, welke notulen in de volgende vergadering door het bestuur worden vastgesteld.

8. Overige regelingen met betrekking tot de bestuursvergaderingen worden door het bestuur in onderling

overleg vastgesteld.

10

Bestuurstaak en bestuursbevoegdheid; dagelijks bestuur

Artikel 14

1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten en de wet is het bestuur belast met het besturen van de

vereniging, waaronder begrepen het uitvoeren van besluiten van de ledenvergadering.

2 Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter

verplicht zo spoedig mogelijk een vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of

de open plaatsen aan de orde komt.

3. Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de kascommissie of door

deze commissie aan te wijzen personen. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden

worden de aanwezen personen met een bestuurder gelijkgesteld.

4. Het bestuur is bevoegd:

a. tot het sluiten van overeenkomsten en het maken van afspraken met betrekking tot vis- en

looprechten alsmede na voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering, tot het sluiten van

overeenkomsten tot het kopen of op andere titel in eigendom verkrijgen, vervreemden of

bezwaren van registergoederen, alsmede tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de

vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk

maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;

b. na voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering, het lidmaatschap aan te vragen en te

beëindigen van een overkoepelende organisatie tot welk belangengebied de vereniging behoort

alsmede aan de (jeugd)leden van de vereniging de verplichtingen op te leggen waartoe zodanig

lidmaatschap de vereniging verplicht;

c. de vereniging in naam van de (jeugd)leden andere verplichtingen te laten aangaan;

d. tot het benoemen en ontslaan van de leden van de commissies als bedoeld in artikel 16 lid 5;

e. tot het aanstellen van controleurs zoals bedoeld in artikel 17;

f. tot het instellen van een ledenstop voor de vereniging.

5. Bestuurders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de

vereniging. Bij een tegenstrijdig belang mag een bestuurder niet deelnemen aan de

beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp. Indien hierdoor geen besluit kan

worden genomen is lid 3 van dit artikel van toepassing.

6. Bestuurders hebben altijd het recht om de algemene vergadering te adviseren over een

besluit dat moet worden genomen. Ook als de bestuurders vervolgens zelf mogen

meestemmen als lid.

7. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vormen met elkaar het dagelijks bestuur van de

vereniging en zijn als zodanig meer in het bijzonder belast met de dagelijkse gang van zaken.

Vertegenwoordiging

Artikel 15

De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur of door twee gezamenlijk

handelende leden van het bestuur waaronder te allen tijde één lid van het dagelijks bestuur.

Het voltallige bestuur kan aan de penningmeester volmacht verlenen om binnen bepaalde grenzen zelfstandig

te beschikken over de geldmiddelen van de vereniging.

11

Commissies

Artikel 16

1. De vereniging kent de volgende commissies:

I de commissie van beroep;

II de kascommissie;

De vereniging kan verder nog de volgende commissies instellen:

III een commissie water- en visstandbeheer;

IV een commissie ter behandeling van overtredingen;

V een wedstrijdcommissie,

VI een controlecommissie,

VII een jeugdcommissie

VIII andere commissies die door het bestuur noodzakelijk of wenselijk worden geacht.

2. De taken van de commissie van beroep zoals in het vorige lid beschreven kunnen ook worden vervuld

door de commissie van beroep van De Sportvisunie. In dat geval hoeft de vereniging zelf geen

commissie van beroep in te stellen.

3. De samenstelling, de wijze van benoeming en de taak en bevoegdheden van de kascommissie zijn

geregeld in artikel 19 lid 4.

De kascommissie werkt onafhankelijk van het bestuur.

4. In de jaarvergadering of in een andere ledenvergadering kunnen op voorstel van het bestuur door die

vergadering worden ingesteld één of meer van de commissies zoals bedoeld in lid 1 onder III t/m

VIII.

Met betrekking tot zodanige commissies gelden de volgende bepalingen.

Het voorstel van het bestuur tot instelling van een commissie bevat de hoofdlijnen van de

taakomschrijving, bevoegdheden, werkwijze en verder alles wat nadere regeling behoeft, op te nemen

in het huishoudelijk reglement voor zover daaromtrent niet al bepalingen in dat reglement zijn

opgenomen.

De leden van een commissie worden benoemd door het bestuur uit de leden van de vereniging.

Tenminste 5 leden kunnen ter zake een voorstel bij het bestuur indienen.

Commissieleden worden benoemd voor onbepaalde tijd; zij kunnen op elk moment door het bestuur van

hun functie worden ontheven.

Een commissie werkt onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

Controle

Artikel 17

1. Tenzij het bestuur kiest voor een andere werkwijze of op basis van een besluit van een overkoepelend

orgaan verplicht is tot een andere werkwijze, wordt de controle op en aan het viswater waarvan de

vereniging het visrecht heeft, door het bestuur opgedragen aan één of meer door het bestuur daartoe

12

aangewezen controleurs.

Het bestuur stelt het aantal controleurs vast en reikt aan hen - al dan niet door tussenkomst van een

andere (overkoepelende) organisatie - een legitimatiebewijs uit.

Een controleur wordt benoemd voor onbepaalde tijd en kan op elk moment uit die functie worden

ontheven door het bestuur.

2. De controleurs controleren op de naleving van de bepalingen van de Visserijwet 1963 en de daarop

gebaseerde overheidsvoorschriften en de voorwaarden van de door of namens de vereniging

uitgegeven toestemmingen, alsmede de overtredingen welke zijn opgenomen in het huishoudelijk

reglement.

3. Houders van toestemmingen zijn verplicht de door of namens de vereniging uitgereikte toestemming(en)

en andere bescheiden op eerste aanvraag aan een controleur te overhandigen ter controle.

4. De controleurs zijn verplicht zich bij een controle behoorlijk te legitimeren.

5. In het huishoudelijk reglement kunnen met betrekking tot controles en controleurs nadere regels worden

opgenomen.

Geldmiddelen

Artikel 18

1. De geldmiddelen van de vereniging omvatten:

a. het inschrijfgeld en de contributies van de leden en de jeugdleden;

b. de bijdragen van de begunstigers;

c. de opbrengst van activiteiten van de vereniging;

d. alle overige wettig verworven baten.

2. Wanneer het (jeugd)lidmaatschap wordt beëindigd in de loop van een verenigingsjaar is toch de

volledige contributie over dat jaar verschuldigd. Het bestuur kan besluiten tot gedeeltelijke restitutie op

grond van bijzondere omstandigheden.

3. Erfstellingen zullen niet anders dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

Verenigingsjaar; jaarverslag; rekening en verantwoording

Artikel 19

1. Het verenigingsjaar loopt gelijk met het kalenderjaar.

2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanig aantekeningen te

houden, dat daaruit op elk moment de rechten en de verplichtingen van de vereniging kunnen worden

gekend.

3. Op de jaarvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 2, brengt het bestuur een jaarverslag uit over het

afgelopen verenigingsjaar over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Ook

legt het bestuur de balans en de staat van ontvangsten en uitgaven (de jaarrekening) met een

toelichting ter goedkeuring over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders en – indien

van toepassing – commissarissen. Ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner, dan wordt

daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.

Goedkeuring van de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot decharge voor zijn

13

bestuurswerkzaamheden gedurende dat verenigingsjaar voor zover die werkzaamheden uit de

overlegde stukken blijken.

4. De ledenvergadering benoemt in de jaarvergadering op voorstel van het bestuur uit de meerderjarige

leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur; de

kascommissie. De kascommissie heeft tot taak toezicht te houden op het financiële beleid van het

bestuur.

De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt de

ledenvergadering schriftelijk verslag van zijn bevindingen uit.

De kascommissie is bevoegd met tenminste twee commissieleden besluiten te nemen. Besluiten

worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.

5. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle gewenste inlichtingen te verschaffen, desgewenst de

kas en de waarden van de vereniging te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de

vereniging te geven.

De last van de kascommissie kan tussentijds door de ledenvergadering worden herroepen, maar alleen

als in dat geval een andere kascommissie wordt benoemd.

6. De ledenvergadering kan, op voorstel van het bestuur, een registeraccountant of andere ter zake

deskundige benoemen om de jaarrekening te controleren, daarbij een toelichting op te stellen en

daarover een verklaring af te leggen.

Ledenvergadering

Artikel 20

1. Aan de ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de

statuten aan het bestuur of aan een commissie zijn opgedragen.

2. Jaarlijks, uiterlijk in de maand juni, wordt een ledenvergadering - de jaarvergadering - gehouden.

3. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

a. de voorziening in vacatures in het bestuur;

b. de benoeming van de kascommissie voor het lopende verenigingsjaar en de voorziening in

eventuele vacatures in de commissie van beroep;

c. het jaarverslag, de jaarrekening en de toelichting daarop en de verklaring van de registeraccountant of andere deskundige, wanneer deze is benoemd;

d. het verslag van de kascommissie over het afgelopen verenigingsjaar;

e. de definitieve begroting voor het lopende verenigingsjaar en de voorlopige begroting voor het

komende verenigingsjaar;

f. vaststelling van de contributie voor de leden en de jeugdleden en de hoogte van het inschrijfgeld

voor het komende verenigingsjaar.

4. Andere ledenvergaderingen worden gehouden zo vaak als het bestuur dit wenst, of wanneer tenminste

een zodanig aantal leden dat bevoegd is tot het uitbrengen van één tiende deel van de stemmen, dit

schriftelijk aan het bestuur, onder opgave van redenen en van de te behandelen agendapunten

verzoekt.

14

In het laatste geval is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een vergadering op een termijn van

niet langer dan vier weken. Als aan dit verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven,

kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan, door oproeping overeenkomstig het

bepaalde in het volgende artikel.

Bijeenroeping ledenvergadering

Artikel 21

1. De ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, onverminderd het bepaalde in lid 4

van artikel 20 en worden gehouden binnen Nederland op de plaats te bepalen door degene(n) die de

oproeping voor de vergadering doet (doen) uitgaan.

2. De oproeping gebeurt schriftelijk en/of elektronisch aan de (mail)adressen van de leden, jeugdleden en

begunstigers en/of door middel van een oproep in een, binnen het gebied waarin de meerderheid van

de (jeugd)leden woonachtig is, veel gelezen dagblad.

De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste drie weken. Wanneer echter het bestuur een

ledenvergadering bijeenroept op verzoek van de leden zoals bedoeld in lid 4 van artikel 20, bedraagt de

termijn van oproeping tenminste twee weken.

Bij de oproeping van een ledenvergadering worden vermeld: de plaats, datum en het tijdstip van de

vergadering en de agendapunten.

Bij de oproeping worden de op de agenda betrekking hebbende stukken meegezonden of wordt

medegedeeld op welke plaatsen en vanaf welk tijdstip die stukken voor de leden, jeugdleden en

begunstigers ter inzage liggen.

Elk lid heeft het recht agendapunten voor de behandeling in de ledenvergadering schriftelijk bij het

bestuur in te dienen, behoudens het geval dat het betreft een vergadering als bedoeld in lid 4 van het

voorgaande artikel. Dergelijke agendapunten dienen uiterlijk vijf weken voor de vergadering in het bezit

te zijn van het bestuur. Het bestuur neemt de door de leden ingediende agendapunten in de agenda op

tenzij zwaarwegende belangen van de vereniging zich daartegen verzetten.

3. In een ledenvergadering kan uitsluitend rechtsgeldig worden besloten ten aanzien van geagendeerde

punten. In spoedeisende gevallen kan een agendapunt tijdens de vergadering worden toegevoegd op

voorwaarde dat hiertoe wordt besloten met tenminste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen.

De voorzitter van de vergadering bepaalt op welk moment de vergadering een aldus ingelast

agendapunt zal behandelen.

Toegang en stemrecht

Artikel 22

1. Toegang tot de ledenvergadering hebben alle leden en jeugdleden met inachtneming van het bepaalde in

artikel 7 lid 11 en de begunstigers. Over toegang tot de ledenvergadering van anderen beslist de voorzitter van

de vergadering.

2. Ieder lid van heeft één stem. Door elk lid en dus ook door elk bestuurslid, kan tijdens de vergadering één

stem worden uitgebracht.

3. Een lid kan zijn stem bij volmacht uitbrengen. De gevolmachtigde mag maximaal namens twee leden een

15

stem uitbrengen.

4. Stemgerechtigde leden kunnen in de algemene vergadering hun stemrecht uitoefenen. Deze stemming

geschiedt in principe fysiek op locatie. Daarnaast bestaat de aanvullende mogelijkheid tot het stemmen

middels een elektronisch communicatiemiddel. Het bestuur kan aan de elektronische stemmogelijkheid nadere

voorwaarden verbinden of besluiten dat deze mogelijkheid voor een bepaalde algemene vergadering niet

wordt geboden.

5. Ingeval het op enig moment wettelijk toegestaan is om de ledenvergadering volledig digitaal te laten

plaatsvinden dient deze ledenvergadering te worden georganiseerd met inachtneming van het daaromtrent

bepaalde in het Burgerlijk Wetboek.

6. Voor de toepassing van het stemmen door middel van een elektronisch communicatiemiddel draagt het

bestuur ervoor zorg dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan worden

geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan

uitoefenen.

7. Het bestuur draagt er in de vergaderingen voor zorg dat de stemgerechtigde via het elektronisch

communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.

8. Stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een elektronisch communicatiemiddel worden

uitgebracht, maar niet eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, worden gelijkgesteld met

stemmen die ten tijde van de vergadering worden uitgebracht.

9. Onverminderd het stemrecht als lid hebben bestuursleden in de algemene vergadering een raadgevende

stem.

Voorzitterschap; notulen

Artikel 23

1. De ledenvergadering wordt geleid door de voorzitter van het bestuur.

Bij afwezigheid van de voorzitter tijdens de vergadering treedt één van de andere bestuursleden, aan te

wijzen door het bestuur, als voorzitter op.

Echter in geval het betreft een ledenvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 4, wordt door die

vergadering zelf in het voorzitterschap voorzien.

2. Van het verhandelde in de ledenvergadering worden door de secretaris van het bestuur en bij diens

afwezigheid door degene die daartoe door de voorzitter van de vergadering wordt aangewezen, notulen

gemaakt.

Deze notulen worden aan de volgende ledenvergadering ter goedkeuring voorgelegd.

Besluitvorming van de ledenvergadering

Artikel 24

1. Voor zover de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten door de ledenvergadering genomen

met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

2. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

3. Over zaken wordt mondeling gestemd, over personen wordt schriftelijk gestemd, onverminderd de

16

mogelijkheid om op voorstel van de voorzitter van de vergadering een besluit te nemen bij acclamatie.

4. Indien bij een verkiezing van personen geen van de kandidaten het vereiste aantal stemmen heeft

verkregen, wordt herstemd over de twee kandidaten, die in eerste instantie de meeste stemmen kregen.

Mochten door gelijkheid van stemmenaantal meer dan twee personen voor de herstemming in

aanmerking komen, dan wordt door een tussenstemming uitgemaakt over welke twee van hen zal

worden herstemd, casu quo over welke van hen tezamen met de kandidaat die in eerste instantie het

hoogste aantal stemmen verwierf, zal worden herstemd.

Bij herstemming en tussenstemming is diegene verkozen, die de meeste stemmen op zich verenigt.

Indien bij een herstemming of tussenstemming de stemmen staken, beslist het lot.

5. Staken de stemmen bij een andere stemming dan wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

Statutenwijziging

Artikel 25

1. In de statuten van de vereniging kan alleen verandering worden gebracht door een besluit van een

ledenvergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat op die vergadering wijziging van de

statuten zal worden voorgesteld.

2. Zij die de oproeping tot de ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging

hebben gedaan, moeten tenminste twee weken vóór de dag van die vergadering een afschrift van dat

voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op twee of meer daartoe geschikte

plaatsen voor de leden ter inzage leggen tot de afloop van de dag, waarop de vergadering wordt

gehouden.

De plaatsen waar het voorstel voor de statutenwijziging ter inzage ligt, worden bij de oproeping voor de

vergadering bekend gemaakt. Tevens kan het voorstel tot wijziging van de statuten worden opgenomen

in het verenigingsblad.

3. Wanneer de vereniging lid is van een overkoepelende organisatie van hengelsportverenigingen moet

een voorstel tot wijziging van de statuten voorafgaand ter goedkeuring aan die organisatie te worden

voorgelegd.

4. Een besluit tot wijziging van de statuten behoeft tenminste twee derde van de geldig uitgebrachte

stemmen in een vergadering waarin tenminste 10 procent van het aantal leden van de vereniging per

één januari van het desbetreffende jaar, aanwezig is.

5. Wanneer in een vergadering, waarin een voorstel voor een statutenwijziging aan de orde komt, niet het

overeenkomstig het voorgaande lid vereiste aantal leden aanwezig is, wordt tenminste zes weken en

ten hoogste tien weken na de eerste vergadering een volgende vergadering (de "tweede vergadering")

gehouden, waarin een besluit tot wijziging van de statuten kan worden genomen, ongeacht het aantal

ter vergadering aanwezige leden, maar met een meerderheid van tenminste tweederde van de geldig

uitgebrachte stemmen.

Bij de oproeping voor de tweede vergadering wordt medegedeeld dat het een tweede vergadering

betreft als bedoeld in dit artikel en dat aldaar kan worden besloten over de voorgestelde

statutenwijziging ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige leden.

Het voorstel voor de statutenwijziging wordt opnieuw ter inzage gelegd zoals voorgeschreven in het

17

voorgaande lid 2, waarvan in de oproeping voor de tweede vergadering melding wordt gemaakt.

6. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.

Ieder bestuurslid is bevoegd om de gewijzigde statuten in een notariële akte te laten opnemen en om

deze akte te tekenen.

Ontbinding en vereffening

Artikel 26

1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de ledenvergadering.

Het bepaalde in de leden 1 tot en met 5 van het voorgaande artikel is daarbij van overeenkomstige

toepassing.

2. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de ontbonden vereniging, tenzij bij het

besluit tot ontbinding andere vereffenaars worden aangewezen.

3. De bestemming van het batig saldo wordt, op voorstel van het bestuur bepaald door de

ledenvergadering bij het besluit tot ontbinding, welke bestemming zoveel mogelijk in overeenstemming

met het doel van de vereniging dient te zijn.

Huishoudelijk reglement

Artikel 27

1. De ledenvergadering zal, op voorstel van het bestuur, een huishoudelijk reglement vaststellen en kan in

een aldus vastgesteld reglement aanvullingen en wijzigingen aanbrengen.

2. Een huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wettelijke bepalingen, ook waar deze geen

dwingend recht bevatten, noch met de statuten.

3. Het bepaalde in artikel 26 lid 1 is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling en de aanvulling of

wijziging van het huishoudelijk reglement.

Onvoorziene situaties

Artikel 28

In de gevallen waarin de wet, deze statuten of het huishoudelijk reglement niet voorzien of waarin verschil van

opvatting blijkt te bestaan omtrent uitleg en/of toepassing van de wet, deze statuten of het huishoudelijk

reglement, beslist het bestuur.

18

Slotbepaling

Uitsluitend bij oprichting van de vereniging.

In afwijking van het bepaalde in artikel 11 lid 2 is het bestuur van de vereniging voor de eerste maal

samengesteld als volgt:

1.

voorzitter;

2.

secretaris;

3.

penningmeester;

4.

bestuurslid

Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin